Race verslag, DBYU Maart 2026

Dit raceverslag is een aanvulling op mijn andere pagina (Björn’s Backyard Ultra Battleplan) waar ik uitleg hoe ik voeding, training, de mentale kant, organiseren van een crew en al het andere wat een Backyard Ultra is voorbereid.

Zoals je kan horen in de audio, post ik nog een audioversie van dit raceverslag.

Het verslag wat je nu leest is hoe ik de Dutch Backyard Ultra, Maart 2026 editie heb beleefd inclusief de lessen die ik geleerd heb voor een volgende keer. Een Backyard Ultra is zo immens complex, er zijn zoveel variabelen, dat ik je wil zeggen dit verslag te lezen als advies. Er geldt nog altijd dat wat je ook bruikbaar vind klinken aan mijn verhaal: ga het uitproberen. En wat je niet zinvol lijkt, gooi het overboord. Een Backyard Ultra kan zo lang duren, de kleinste verschillen tussen jou en mij worden uiteindelijk grote verschillen. Daarom mijn verzoek: laat me weten hoe jou BYU (Backyard Ultra) is gegaan. Want om ver te komen hebben we elkaar’s best practices hard nodig.

Om deze editie eer aan te doen geef ik eerst een introductie van de personages in dit verslag, mijn crew. Daarna vertel ik je het verloop van de race, van uur tot uur. Veel leesplezier!

Briefing bij de start.

De Crew

Dit jaar heb ik mijn crew geselecteerd op de combinatie van hun persoonlijkheden + vaardigheden. Op die manier heb ik voor zoveel mogelijk uitdagingen tijdens de BYU iemand in mijn team. Tijdens de BYU hadden zij een huisje gehuurd op het terrein en in ploegendienst van 2 a 3 man/vrouw trapte zij mij elk heel uur weer het veld in. Hoe mijn crew er uit zag?

  • Jeroen als mindful running expert en hardloop therapeut plus zelf ervaren renner. Hij was geen moment serieus, behalve de momenten dat het er om ging. Jeroen had ik aan boord voor de strategiebesprekingen.
  • Tom had ik aan boord als makkelijke vibe, zijn persoonlijkheid komt het dichtst bij de mijne in de buurt wat maakt dat ik zelfs wanneer ik een vermoeide hork zou zijn zonder sociale batterij met hem nog steeds prima kon communiceren. Elke tweede zin is bij hem een grap, maar hij staat er wel met eten, nieuwe drinkfles en een dekentje. Betrouwbaar en gek als een deur.
  • Rianne omdat zij organisatorisch heel sterk is en hèt crewlid is die de rust brengt in de groep. Soms moet de gekte getemd worden en haar aanwezigheid gaf mij een rustpunt, echte rust en even op adem komen. Bovendien stond zij met Emily keihard te joelen als ik een rondje finishte, erg fijn!
  • Sander had ik aan boord vanwege zijn immer blije buitenspeelhoofd. Sander stond langs de route me aan te moedigen en hij laat zijn bewondering en verbazing oprecht spreken. Dat zorgt voor een hele fijn positieve sfeer.
  • Lowie, deel van de crew omdat hij zelf zijn eerste BYU had gedaan en er eerder uit lag dan gewenst. Om dan de crewkant te beleven kan helpen de volgende BYU beter voor te bereiden. Lowie heeft stevig aan de bedrijfsspionage (lees, kletsen bij de buren) gedaan, naast het aanmoedigen. Voor mij is hij een voorbeeld van doorzetten, prettig om in m’n buurt te hebben.
  • Femke, je zou kunnen zeggen de ‘apprentice becomes the master’. Zij maakt zo’n absurde groei door in Ultrarunning. Femke en ik kunnen alles met elkaar bespreken en kennen elkaar goed. Ik wilde haar in de buurt hebben om de laatste beetjes doorzettingsvermogen er uit te persen in de laatste fase van de race.
  • Emily, mijn better half, mijn lief. Haar zien na een nacht doorhalen en een kusje krijgen terwijl ik al een wandelend kadaver was. Echte liefde en een boost voor mijn race.
  • In mijn crew had ik ook nog enkele mensen op afstand waarvan ik wist dat ze me goed kunnen motiveren. Pieter als vriendelijke vogel, Alby als de man die weet mijn strijderkant uit de tent te lokken, Niels als extra vriendelijkheid (fijn voor als ik te hard tegen mezelf ga praten) en Wim, m’n homeboy uit mijn basisschooltijd.
Lucky Number 15?

De race zelf van uur tot uur

Voorafgaand aan de Backyard had ik het plan minstens de 34 uur te halen, een kwalificatie voor het Nederlandse Team. Zelf had ik me ingesteld op 40 uur rennen om die grens van 34 in ieder geval te halen. Dat betekent dat ik de eerste uren zo min mogelijk ‘schade’ wilde aanrichten in de vorm van te weinig eten en drinken of te snel rennen. Mijn plan was 50 minuten voor elke ronde te nemen en mijn crew had ik als volgt geinstrueerd:

  • Kom ik tussen de 45 minuten en 50 minuten binnen, vraag of dat bewust was of dat ik per ongeluk te snel rende.
  • Kom ik tussen de 50 minuten en 55 minuten binnen, vraag of dat bewust was of dat ik te weinig energie had en dus meer moet eten of rusten.

Tijdens elke ronde droeg ik een fles met een hand-strap zodat ik niet actief de fles vast hoefde te houden. In de houder zat ook altijd een reep. Elke ronde probeerde ik de gehele 500mL te drinken, gevuld met Tailwind nutrition. Elke ronde om-en-om wisselend tussen de twee smaken die ik bij had, om te voorkomen dat ik de smaak zat werd. Uiteindelijk hebben ik gemiddeld zo’n 2/3 van de fles elke ronde op, sommige rondes een hele fles en een enkele keer amper. Tijdens de korte stop bij basecamp dronk ik om de ronde een kop soep en at ik iets stevigers. Dat stevigers was één van de volgende: appelkoeken, pannenkoeken, knijpfruitje, een paar happen kwark. Tijdens ontbijt-, lunch- en avondeten tijd at ik normaal voedsel rond die tijd. Ik heb geprobeerd een normaal ritme aan te houden, inclusief tanden poetsen voor een fris gevoel. Zoals je wellicht al eens gehoord hebt, als je langzaam een stinkende, vermoeide zombie wordt is even je tandenpoetsen een geschenk.

Vrijdag 20:00 (start DBYU) tot Vrijdag-op-Zaterdag 04:00

De eerste ronde herkende ik Gerben Oevermans tussen de renners die opviel omdat hij als enige continue aan het wandelen was. Een powerwalk tempo, maar in ieder geval niet rennen. Ik heb al meer van Gerben’s lange runs (zoals 1000km in 10 dagen met Sameena ) gezien en besloot dat hij een ideale deelnemer was om wat contact mee te leggen. Goed kans dat ik nog wat van hem kon leren. Ondanks dat ik op mijn horloge zag dat het al krap ging worden om binnen het uur te finishen hebben we samen de eerste drie rondes volledig gewandeld. Ik besloot te vertrouwen op Gerben en het feit dat indien nodig ik een sprintje kon trekken (liever niet) om de ronde toch op tijd te halen was genoeg geruststelling. Met telkens 4 a 5 minuten op de klok kwamen we als laatste twee binnen. Eten, drinken en weer het veld in. De voordelen hiervan werden me meteen duidelijk.

  • Het is een enorme lekkere opsteker als je merkt dat je wandeld de ronde zelfs haalt (ook al zal je in ronde 20 niet meer zo snel wandelen)
  • Achteraan de groep renners is het veel fijner lopen omdat je in de donkere nacht niet tussen allemaal lampjes en lichtvlekken loopt en ook niet op hoeft te passen bijna op hakken van anderen te stampen of zelf geraakt te worden.
  • De natuur is een fijn rustpunt, achteraan met een handjevol mensen, ik werd er heel relaxt van.
  • De belasting op mijn lijf was minimaal, met de kanttekening dat ik als kind al 80 kilometer wandeltochten liep, dus ik ben wandelen gewend. Ben je dat niet en wil je dit uitproberen, vergeet zeker niet de wandelbeweging ook te trainen!
  • Ik had alle tijd om tijdens de ronde een fles a 500 mL leeg te drinken en soms een reep te eten. Geen voedselschuld voor mij die eerste rondes.

Precies zoals geinstrueerd benoemde met name teamcaptain Jeroen dat ik bij voorkeur iets sneller binnen mocht komen voor wat extra rust. Na een aantal rondes ben ik nu en dan gaan joggen om inderdaad meer tijd te hebben, maar met name omdat ik merkte dat mijn trailschoenen al wandelend op sommige plekken wat begonnen te branden en ik daar geen blaren van wilde maken (wat gelukt is te voorkomen). Een lichte looppas is een andere landing dan grote wandelpassen en kan goed blaren voorkomen.

Bij de rondes van 02:00, 03:00 en 04:00 ben ik achterover gaan liggen in mijn tuinstoel, handdoek over mijn hoofd tegen het licht. Geen slaap, maar wel een beetje ‘driften’. Ik heb vorig jaar geprobeerd te slapen, door horizontaal te gaan liggen. De plotselinge verandering in druk op benen en hart gaf me toen geen rust vandaar dat ik dit jaar in een normale tuinstoel gewoon ging zitten. Ik weet uit ervaring dat het goed te doen is 40 uur Ultrarunning te doen zonder echte slaap. Dus de druk om te moeten slapen in die paar minuten viel daarmee weg.

Verbeterpunt: Mijn benen rustte gewoon op de stoel en de grond, wat maakte dat ik soms een spierbundel in mijn bovenbeen ongelukkig in het kussen gedrukt had. Het lijkt een knullig detail, maar volgende keer ga ik voor een kleine verhoging en meer aandacht voor een echte ontspannen houding. Nu had ik soms wat stijve spieren als ik langer zat en mijn benen niet echt ontspannen gebogen had door druk op de verkeerde plekken en geen ontspanning op de juiste plekken. Ik zat om te eten en drinken, terwijl mijn benen niet echt rust kregen.

Zaterdag 05:00 tot 08:00

Na de uren met korte ‘dutjes’ kwamen een paar rondes met weer rustig tempo en wat caffeïne. Ik ben er nog niet uit of het echt werkt of een placebo effect is, maar na de ontspanning in de eerdere uren wilde ik nu caffeïne, suiker en een licht ontbijt van pannenkoek en soep er in gooien om een goeie boost te krijgen en weer relatief fris aan de nieuwe dag te beginnen.

Een kleine boost kwam van het feit dat enkele mensen die ik goed ken telkens weer aan de start verschenen, maar dat het aantal deelnemers langzaam begon te krimpen. Ik gun iedereen heel ver te komen, maar het feit dat er mensen afvallen en jijzelf niet kan motiverend werken. Deze rondes kwam ik meestal rond de 50 a 51 minuten binnen.

Zaterdag 08:00 tot 13:00

Deze rondes genoot ik echt, ik keek amper op mijn horloge, het lopen ging lekker. Soms kwam ik later binnen ondanks dat ik het gevoel had even hard te werken. In het verleden gaf me dat wat spanning omdat ik dan gedachten had als ‘Oh jee, als ik nu hard werk en toch maar een paar minuten over heb dan kom ik over nog een paar rondes echt in de problemen.’ Dit keer vertrouwde ik sterk op mijn voorbereiding en mindset. Kwam ik later binnen nam ik wat extra soep en op den duur heb ik toch de Shokz er bij gepakt voor een extra boost. Met voor mijn gevoel minder hard werken kwam ik dan die volgende ronde weer netjes rond 49 a 51 minuten binnen. Stabiel, soepel, steeds meer mensen langs de kant die benoemde dat ik soepel liep. Steeds meer renners die struikelde over boomwortels en ik niet. Goed voor het vertrouwen. Aandachtspunt is ondanks al die externe boosts scherp mijn eigen gedachten in de gaten te houden. Want ik weet dat deze flow in één keer kan veranderen. Als je overblijft met alleen de sterkste renners, je je muziek zat wordt, voeding niet goed wordt opgenomen. Dan gaat opeens dat stemmetje knagen en dat besefte ik mij goed. Dus ik bleef al deze uren goed letten op of ik alle checkpoints die ik zelf had uitgekozen op het juiste tijdstip passeerde. Na zoveel rondjes wist ik rond welke tijd ik op 2,5 km, op 3 km, 4, 5 en 6 km wilde zijn. Ik nam geregeld de tijd om te checken of mijn cadands goed was, of ik genoeg moest plassen, etc. Een uitgebreidde systeemcheck zou je kunnen zeggen. Die wees alsmaar uit dat het soepel ging. Het bewijs daarvoor vond ik ook doordat ik ‘opeens’ 40 km verder was volgens mijn horloge. Als ik het zwaar heb kijk ik vaker op mijn horloge en ditmaal had ik al bijna een hele marathon niet gekeken naar de afstand maar alleen naar de rondetijden.

Zaterdag 14:00 tot 16:00

In een goede flow kwam ik deze uren door, maar op de achtergrond begon er wel te knagen hoe ver ik nog moest. Steeds een beetje vaker betrapte ik mijzelf er op dat ik aan het rekenen was hoe lang het nog was om de 34 uur en 40 uur marker te halen. Terug naar het nu, altijd terug naar het nu was mijn strategie. Dat lukte tot dan toe goed. Ik voelde dit keer geen tegenzin voor de tweede nacht in gaan. Waar ik vorig jaar hard probeerde alvast te slapen en mentaal brak toen de tweede nacht voor de deur stond had ik dit jaar een gevoel van ‘kom maar op met die tweede nacht, ik ben er klaar voor!’

Zaterdag 17:00 tot 19:00

De motivatie begon weg te sijpelen. Geen idee waar het precies begon, maar voor het eerst kwam het vervelende gevoel dat ik nog hard aan de bak moest om mijn doelen te halen en na een dikke 20 uur rennen ging het niet meer helemaal vanzelf. Het veld wordt steeds dunner en er renner alleen nog maar taaie renners die door blijven stampen. Dat brengt de aandacht vanzelf meer bij mijzelf en mijn strijd. Mijn crewcaptain Jeroen leerde me een simpele mantra die ik bij elke stap ging herhalen. De ronde van 17:00 en 18:00 herhaalde ik die de gehele 50 minuten lang. Het wonderlijke is dat als je continue dezelfde zin herhaalt bij elke stap, een hele ronde lang, dat je hoofd weinig ruimte heeft om de negatieve gedachten echt vorm te geven. Zorgen over ‘hoe kom ik de volgende ronde door?’ krijgen weinig kans. De mentale dip werd daarmee niet erger. Extra voeding erbij zoals een lasagne rond etenstijd én het feit dat na ronde 24 een grote groep renners stopte (dan zit je op 160km, 100mijl) hielpen me een stukje verder. Tegelijk kwam ook het besef dat nu pas het echte werk ging beginnen.

Zaterdag 20:00 en 21:00

Het tij keerde succesvol qua motivatiedip, een enorme opsteker en waardevolle les voor volgende Ultra’s. Ronde 25 (20:00) waren we met ik gok zo’n 25 renners. In ronde 26 kwam ik Gerben tegen, schuifelend. ‘Op dit tempo halen we de tijd niet’ zei hij. Ik weet niet wat ik wel en niet hardop heb gezegd, maar ik besloot bij hem te blijven, je hebt elkaar nodig. Of hij mij nodig had weet ik niet, maar ik had er vrede mee om OF samen met hem de tijd niet te halen OF samen op tijd binnen te zijn. Ik had nog steeds het idee dat hij een prettig genoeg persoon was én ervaren genoeg om de eindstrijd mee in te gaan, dus ik denk dat ik daarom bij hem bleef. Ik ging hem nodig hebben. Toen we de laatste 100 meter van het rechte stuk naar de finish liepen klonk de eerste fluit al, wat betekent dat het nog 3 minuten tot de volgende ronde was. Met twee minuten op de klok kwamen we over de finish. Geen tijd om naar je eigen basecamp te gaan, maar bij start-finish staat ook eten en drinken vanuit de organisatie en ik graaide daar chips, een koek en een glas cola. Nog voordat de 3e fluit klonk (1 minuut tot de start) voelde ik me klaar voor de volgende ronde.

Leerpunt: Je hebt amper tijd nodig om je klaar te maken voor de volgende ronde. Dit is een fijne les die de stress in de toekomst gaat verminderen wanneer ik een ronde amper op tijd ga halen. Sterker nog, door bijna het hele uur voor die 6.7 km te nemen voelde ik me best goed, kalm, uitgerust relatief gezien. (Extra opsteker was dat uiteindelijk Gerben de DBYU won met 50 uur. Dat liet me zien dat je er in ronde 26 geen zin meer in kan hebben en dat kan overwinnen. In het moment blijven en vrees niet wat nog komen gaat.)

Zaterdag 22:00, de 27e ronde werd de DNF

De 27e ronde, achteraf bleek ik bij de laatste 12 renners te zitten. Maar zo’n 100 meter na vertrek schoot er een steek door mijn knie, buitenkant rechterknie. Het was geen kwestie van door de pijn bijten, voordat ik doorhad wat er gebeurde had mijn lichaam al besloten door de knie te zakken en lag ik tegen een boom aan. Ik kon mezelf overeind helpen en misschien was het de vermoeidheid maar ik voelde geen paniek. Geen paniek over of de race over was, geen paniek over dat er iets stuk was. Ik wist al dat het de pure vermoeidheid was, een samentrekkende pees, strakke spieren. Ik ging zitten op een lage slagboom, masseerde mijn spieren en de knie en begon na een minuut of 5 op en neer te lopen om er beweging in te krijgen. En daar ging het mis. Het is goed dat ik geen paniek voelde, maar er was ook te weinig vechtersmentaliteit. Ik weet nog steeds niet of mijn hoofd stiekem dit gebruikte als geldig excuus om uit de race te mogen stappen. Ik had door moeten strompelen in de richting van de finish, in plaats daarvan was ik op en neer aan het strompelen en vond ik het wel best. De kou sloeg toe, ik begon te rillen. Ik kwam Femke en Tom tegen die verbaasd waren mij na 15 minuten in de ronde nog op het 150meter punt te zien. Op hen kwam ik verward over. Ik weet dat het niet zo erg was als het leek, maar wat ik dat moment ook leerde is dat je goed uren lang hetzelfde rondje kan rennen. Gebeurd er echter iets wat zo heftig is het al je aandacht vraagt dan kan je letterlijk van het padje af zijn. Ik vroeg hen namelijk waar het parcours was, ik was helemaal kwijt waar ik was. Verrassing: ik stond letterlijk op het parcours!

Geleerde les: Hier werk ik nog aan. Het was zo’n grote verrassing na de motivatie dip te overwinnen dat opeens de race klaar was. Ik begrijp niet precies waarom ik opgaf. Wat ik wel weet is dat ik een volgende keer mijn crew laat aangeven vanaf de laatste 25 renners hoeveel renners er nog zijn. Dit is me tijdens deze editie niet genoemd en ik weet zeker dat dit me extra motivatie had kunnen geven op dit moment.

Het vervolg…

Dit was mijn eerste serieuze poging voor een ‘Last Man Standing’. Het vuur om mezelf nog verder uit te dagen brand nu nog meer. In Oktober ga ik voor de tweede serieuze poging, Zeewolde, Dutch Backyard Ultra.

Boom. DNF. Na 26 uur was het opeens klaar.

‘The wind keeps howling. Cuts to the bone. Each step feels heavy. Like walking on stone. But I’ve got my shadows, it won’t leave me alone. A whisper of strenght, when the light’s all but gone…

…I’m never gonna quit, not today. Not ever, through the storm and the grit. I’m pulling it together. The ground may shake, the sky might split but I’m never gonna quit.’

[I’m never gonna quit, listen on Youtube Re-Imagine Music]