Boek

Momenteel schrijf ik een boek (Werktitel ‘Roots’), gebaseerd op inzichten die ik voornamelijk tijdens het rennen krijg. De verhalen zijn deels afzonderlijk te lezen onder het kopje Blog . Wellicht haal je er motivatie uit, of moed zodat je ook door je eigen verwachtingen en de door anderen opgelegde beperkingen heen kan breken.

Een nog onbewerkt fragment uit Hoofdstuk 12 met de werktitel ‘Zelfliefde’

Januari 2024, ergens in een rijbak in Nederland. Met een groepje van ongeveer 10 staan we opgesteld achter een rij overalls. De kleding heeft nummers, die nummers zijn de komende lange dag onze ‘namen’. Allemaal gelijk aan elkaar. Ik doe mee aan een training verzorgd door ex- en operationele Special Forces operators. Waarom ik dit doe? ‘Het lijkt me gaaf’ is één reden, maar echt scherp waarom ik hier sta heb ik nog niet.

[…]

Verderop in de training worden we één voor één nogmaals apart genomen en ditmaal is het gesprek iets langer. Ik krijg een stuk papier en de opdracht mijn nummer op te schrijven, gevolgd door de vragen ‘Wat gaat er door je heen?’, ‘Aan wie denk je?’ en ‘Waarom doe je dit’ Ik antwoord op die vragen al schrijvend dat ik me enigszins verbaas dat ik bij een bepaalde opdracht zo weinig vechtbereidheid toonde. Ik antwoord op de tweede vraag dat ik aan mijn zoontje Pelle denk. En ik antwoord op de derde vraag ‘Omdat mijn omgeving het idee heeft mij te kennen, maar ik niet goed weet wie ik ben.’

[…]

Inmiddels zit ik al in tranen tegenover deze mannen waar ik enorm tegenop kijk, simpelweg doordat ze de Special Forces training met succes hebben doorlopen. Ik plaats ze boven mezelf, voel me kleiner, maar doordat zij zo liefdevol en geduldig, zonder oordeel met me praten krimpt dat gevoel. Ik mag er zijn, zo voelt het. En precies op het moment dat ik me bewust wordt van dat opkomende gevoel sluiten ze af met mijn zoontje. Hoe ik naar hem kijk, als hij probeert, experimenteert, zijn dagelijkse leven. Ik antwoord uiteraard dat ik er liefdevol naar kijk en enorm kan genieten als hij iets doet waarvan ik al van mijlen ver zie aankomen dat het niet gaat werken. Maar ik bekritiseer mijn zoontje niet, ik moedig hem aan, ik troost hem, ik highfive met hem als hij een stapje zet. ‘En dat, Björn, kan je dat voor jezelf?’ sluit de operator af. Bemoedigende knik van hen naar mij en een heel klein knikje van mij naar hen, waarna ik terug de training in ga. Afmatten, fysiek, ongemak, geen tijd om na te denken over dit gesprek. Denk ik. Want er is een zaadje gepland, de overtuigingen in mijn hoofd zijn aan het wankelen gebracht, en omdat ik zo uitgedaagd wordt qua fysieke energie heb ik minder over om mijn onzekerheden te vermommen met grappig doen, ontwijken of er overheen praten. Er begint een verandering waar ik me op dat moment amper bewust van ben maar die in de 2 jaar daarop levensverandert is. Een paar kleine vragen, een moment van aandacht en geen oordeel en mijn leven neemt een andere richting.

[Einde fragment]

Door overmacht, dezelfde overmacht en lessen die in de hoofdstukken van mijn boek terug komen is mijn boek gepland de eerste helft van 2026 af te zijn. Wordt vervolgd…

“Iedereen faalt in zijn wie ze horen te zijn. De waarde van een persoon, van een held, ligt in hoe goed zij/hij slaagt echt zichzelf te zijn.”

Freyja, in Avengers: Endgame, 2019