Met vele Ultra’s en enkele Backyard Ultra’s achter de rug heb ik veel kunnen experimenteren met wat voor mij werkt. Elke sporter, elk mens is anders. En ook al zijn de verschillen klein, door simpelweg heel lang door te gaan is zo’n klein verschil ieder uur wel aanwezig en uiteindelijk een heel groot verschil. Ik ben jou niet en ik kan je dus niet een succesvolle race bezorgen, dat werk zul je zelf moeten (en willen) doen.
Ondanks die disclaimer neemt dat niet weg dat ik je op deze pagina mee ga geven wat werkt voor mij. Wellicht zit er bruikbaar materiaal tussen wat je als startpunt kan gebruiken voor jou eerste Backyard Ultra.

- Voeding: zo lang mogelijk zo normaal mogelijk voedsel eten zoals boterham pindakaas, tomaatjes, appel, wraps met bonenspread. Bij Ultra’s eet ik om het uur normaal voedsel, afgewisseld met snacks zoals repen, soms een gelletje, chips. De intensiteit van een BYU is relatief laag dus ik probeer zo lang mogelijk mijn lichaam zo normaal en gezond mogelijk te voeden. Zeker de gelletjes beperk ik tot meestal nul, maar ik heb ze wel voor de momenten dat ik een inschattingsfout maak en te diep in een suikerdip kom.
- Hoe omgaan met ‘alsmaar hetzelfde rondje’? Het helpt mij altijd om plezier te zoeken bij een BYU, omdat je eigenlijk als een hamster alsmaar hetzelfde doet. Bij de Devilstrail 24 uurs lever je je hesje in wanneer je uitvalt. Ik haal dan bijvoorbeeld de lol uit ruim voor de finish naar de Beardman (een bebaard crewlid die de hesjes inneemt) te roepen ”Mijn hesje! Hands off Beardo!” Op het vel papier waar je je rondjes afvinkt zet ik smileys, of nogmaals ‘Mijn hesje!’. Verder probeer ik andere renners te motiveren, dat leidt af van je eigen struggles. Ik maak dealtjes met andere renners, zeker wanneer ze het zwaar hebben. Dat is meestal zoiets als ‘Jij en ik, over 1 uur, samen aan de volgende start, highfive!’ Crewleden zorgen ook voor sfeer, highfive met ze, bedank ze, doe samen een dansje. Het geeft mij altijd weer nieuwe energie.
- Thuisfront: leuk om te doen is een appgroep aan te maken waar iedereen die jou komt aanmoedigen en je crew in kan posten. Zo gaat het ook thuis leven en meestal krijg je zelf nog bemoedigende appjes jouw kant op die je crew onder je neus kan duwen wanneer je in foetushouding op je tuinstoeltje wilt kruipen.
- De vraag: “Waarom doe ik dit?” Zeker in de eerste 6 jaar dat ik Ultra’s rende had ik (of nam ik) praktisch geen tijd om te rennen tussen de echte races door. Wat ik wel doe is voorafgaand aan een race met een velletje papier gaan zitten en opschrijven waarom ik dit doe. Mezelf bewijzen, naar mijzelf. Mijn blinde dochtertje (ik ren regelmatig voor goede doelen). In mijn ervaring komt er altijd wel een moment of meerdere momenten dat je je afvraagt of je het wel kan en of je dit wel wilt. Het helpt erg om hier vooraf over nagedacht te hebben. Ik heb genoeg mensen uit een race zien stappen waar hun motivatie was ‘een goed verhaal hebben om aan je vrienden te vertellen’. Op 120 kilometer heb je namelijk op den duur sch**t aan wat je vrienden vinden en ben je moe en wil je naar huis. Je hebt betere redenen (motivatie) nodig om door te gaan. Ikzelf heb twee sleutelhangers met foto’s van mij kinderen en van mij vrouw mee.
- Trainingsvolume vooraf. In tegenstelling tot wat ik online tegenkom heb ik de meeste Ultra’s gerend op maximaal 30km per week. En die Ultra’s heb ik ook allemaal gefinisht. Ook de Marathon des Sables (252km, Sahara Woestijn, 10kg op je rug). Toegegeven, toen heb ik voor het eerst zelf een coach gehad en die liet me in de piekweken 70km per week rennen. Maar nog steeds is dat in vergelijking tot je raceafstand bij een BYU een relatief klein percentage. In mijn ervaring is minstens even belangrijk voeding en motivatie op orde te hebben. Training zal zeker helpen maar liever wat vaker en korter rennen dan een paar absurde lange trainingsloopjes. Zorg dat je uitgerust en intact aan de start verschijnt, liefst zonder braces, tape en andere ondersteuning. Vooraf aan de BYU geldt voor mij ‘rust is je vriend’.
- Crew of geen crew. Neem je een crew(lid) mee, mits het event dat toestaat? Ik heb ervaren hoe een crewlid je met een schijnbaar onschuldig commentaar (klagen) kan breken wanneer je er zelf ver doorheen zit. Crewleden moeten bereid zijn je te dienen en het plan uit te voeren zoals jij het wilt. Jij bent de baas als renner, zij volgende bevelen op. Ondanks dat komt er een moment dat je helemaal uitgeput raakt en de crew juist de beslissingen moet gaan maken. Dan helpt het enorm dat de crew je goed kent. En, dat ze je strategie kennen…
- Strategie vastleggen: dit betekent voor mij dat ik op een kartonnetje opschrijf wat er elke ronde moet gebeuren en in welke volgorde. Dit leg ik vast in steekwoorden: Horloge aan lader, jack aan, water drinken, eten, WC’. Het lijkt enorm simpel, maar bij een BYU heb je meestal 15 tot 5 minuten de tijd en een klein gesprekje over hoe het gaat en voor je het weet vergeet je te eten of krijg je de rillingen omdat je teveel afkoelt. Een zichtbaar lijstje aan je tas op tent helpt jou en vooral je crew om als een geoliede machine elke ronde je weer startklaar aan de volgende ronde te laten starten. Meestal neem ik ook kratten mee met een kartonnen bord er aan met bijvoorbeeld ‘kleding’ of ‘voeding’. Een klein doosje met Elektronica en daarin laadkabels voor telefoon, powerbank en horloge, ook allen weer gelabeld met waar ze voor dienen helpt veel. Het doel is alles wat niet het rennen is vooraf voor te bereiden. Zo hoef jij en je crew tijdens de BYU hersenloos (bij wijze van spreke dan) dit af te werken en alleen te focussen op het rennen. Bij wijze van spreke hersenloos, want elke Ultra gebeurt er wel iets wat je niet voorzien had, dus scherp blijven en creativiteit is belangrijk. Wees niet te bang, ergens zit de zwakste schakel in je hele race, dus perfect aanpakken gebeurt toch niet. Maar ik vind het een leuk spelletje om zoveel mogelijk details, hoe klein ook, te vinden die ik kan voorbereiden. Zo’n voorbereiding geeft je ook meteen een goed gevoel bij de start zodat ‘come raceday’ je alleen nog hoeft te rennen (en eten en niet kotsen enz. enz. maar dat laten we dan even weg bij de motiverende boodschap).
- Tussentijdse doelen: Dit gebruik ik zelden, en bij het volgende punt leg ik uit waarom. Maar, soms doe ik een type race die zo nieuw en onbekend voor me is dat ik dit wel toepas: een A3 vel papier waarop ik allerlei afstanden die ik ooit deed noteer: mijn eerste trailmarathon, mijn eerste 50km run, mijn eerste 100km, mijn eerste Ultra obstaclerun (60km), etc. Het kan motiverend werken om tijdens een BYU iedere keer als je bij je basecamp komt die doelen te mogen afvinken. Het is makkelijk om tegen jezelf te zeggen bij circa 40km ‘nog 2 rondjes en dan ben ik verder dan mijn eerste 50k’ dan dat het is om te zeggen ‘ouch, nog 120km tot de finish’. Stapje voor stapje, het kan helpen.
- Geen einddoel vastleggen: ondanks dat ik bij het vorige punt uitleg hoe ik tussentijdse doelen soms inzet is het het overwegen waard om geen einddoel te bepalen. Ik praat graag met andere deelnemers en een hele opvallende trend die ik zag is er eentje over het einddoel. Veel mensen doen mee aan een BYU om een bepaalde afstand te overtreffen. Ze willen voor het eerst 80km halen bijvoorbeeld. Of 100km. Of 10 uur rennen. Bijna al deze deelnemers zag ik het rondje na het behalen van dat doel uitvallen. Daar is niets mis mee, maar wat ik daarvan geleed heb is om hoog te mikken. Als je ergens overweegt om misschien die hele 24 uur (160km) of als het een lange BYU is een langere tijd te volbrengen, dan zou ik niet tegen vrienden en familie zeggen “ik hoop op voor het eerst 100km te halen en daarna zien we wel”. Ik kan je vrij zeker vertellen dat ‘…daarna zien we wel’ na zo’n tijd rennen verandert in ‘het is genoeg zo, misschien een volgende keer’. Deel het dus op in kleine stukjes, rondjes per rondje, of in blokjes van 20km. Iets wat te overzien is. En blijf dat zo lang mogelijk herhalen. Er is een goede kans dat je dan verder voorbij bijvoorbeeld die 100km komt.
- Geluksmomentjes: Bedenk welke traktaties en geluksmomentjes je voor jezelf kan voorbereiden tijdens een BYU. Ik doe dat door een paar leuke muzieknummers klaar te zetten, zeker omdat ik normaal zonder muziek ren kunnen deze nummers me juist een extra grote boost geven op die zware momenten. Een tandenborstel en tandpasta om je tanden te poetsen kunnen je ook een gevoel van opstaan-uit-de-dood geven na uren allerlei troep in je schedel te hebben gepropt. Waar geniet jij van? Neem dat mee zou ik zeggen tijdens de BYU.
- Blijven bewegen: Bij 24 uurs BYU’s vind ik dit nog te doen, langere races dan moet ik soms andere keuzes maken. Maar zoals sommige BYU deelnemers je zullen vertellen, het heftigste stuk en ook het stuk waar ik de meeste mensen zie opgeven, is het stuk van je stoeltje naar de startlijn. Elk uur dat je langer in de race zit zal je sneller stram worden wanneer je gaat zitten. Dus ik ga niet zitten, behalve op de WC’s. Het is heel verleidelijk om wel te doen, maar het geeft kort comfort en vervolgens de 1e kilometer van je volgende rondje enorm stramme benen. Blijf liever wat rondlopen, eet en drink, moedig andere binnenkomende renners aan. En blijf uit de buurt van die grote olievaten met kampvuurtjes. Je eigen lichaam heeft veel te snel de neiging dan je interne verwarming uit te zetten. Soms ontkom je er niet aan om op te warmen, maar het beste is om na elke finish jezelf meteen warmer aan te kleden en zo zelf je belangrijkste warmtebron te blijven.
- Timing: Ik probeer de BYU’s te zien als een lineaire race van A naar B waarbij ik de basecamp dus zie als een voedselpost langs de route. Dat betekent dat ik idealiter 5 minuutjes daar stil sta, zoals je dat bij ‘normale’ trailruns doet, om te eten of drinken en dan weer door. Bij BYU’s mik ik wel op safe, omdat als je niet voor het hele uur terug bent je er uit ligt, dus meestal mik ik op een kwartier overhouden. Echter, mijn eerste BYU was ik zo enthousiast dat ik de eerste ronde te hard rende, als eerste de finish overkwam en vervolgens dat zo leuk vond dat ik 23 van de 24 rondjes als 1e of 2e over kwam. Niet aan te raden, maar het feit dat ik de hoofdlampjes alsmaar achter me zag en me zo liet opjagen door het deelnemersveld, maakte wel dat ik alle rondes heel snel door kwam. Het jaar daarna, het jaar dat ik meer dan de vastgestelde afstand wilde rennen (zie punt 13) kreeg ik zoveel pijn dat ik soms slechts 3 minuten over had. Oftewel, goed om een plan voor timing te hebben, maar hou er rekening mee dat het volledig anders kan lopen. Daarom is het zinvol om alles wat niet het rennen zelf betreft goed voor te bereiden. Als er dan onderdelen niet volgens plan lopen heb je nog andere gebieden die in ieder geval wel werken en hopelijk je event tot een goed einde helpen.
- Doe gek: ik heb al eens het plan gehad tijdens een BYU om de 200km te overtreffen. Dit was een BYU die sowieso zou eindigen bij 24 uur, dus dat betekende dat ik na mijn 6,7 km rondje nog zo’n 2km er bij moest rennen zelf. Dus de eerste paar uur, terwijl de andere renners even rust pakten, rende ik op het start-finish terrein extra rondjes. Helaas kreeg ik teveel last van verkrampte spieren en kapte ik die poging af (na 24 uur bracht dit me dus op 172km i.p.v. de 160km van het event). Maar toch was dit een hele leuke ervaring. Ik rende namelijk de laatste 18 van de 24 uur wel met pijn, echter ik hoefde opeens ‘slechts’ 160km in plaats van mijn geplande 200 km. Dat scheelt een hele marathon. Alles is relatief en bij Ultra’s is het eigenlijk een wedstrijdje hoe goed je jezelf geloofwaardig dingen wijs kan maken. Denk Pippi Langkous ‘ik heb dit nog nooit gedaan maar ik denk dat ik dit kan’. En heb plezier. Dat helpt.
